Maatschappelijke trends en uitdagingen
Terug naar navigatie - Trends en uitdagingen voor lokale besturen (VVSG Memorandum) - Maatschappelijke trends en uitdagingenDe bevolking groeit en veroudert. Tegen 2030 is meer dan één op de vijf Vlamingen ouder dan 67 jaar. De vraag naar zorg neemt toe, maar het aantal zorgverleners daalt. Gezinnen worden kleiner en meer divers. Lokale besturen moeten een antwoord bieden op vereenzaming, en op de specifieke behoeften van eenoudergezinnen en samengestelde gezinnen.
De arbeidsmarkt verandert. 77% van de inwoners tussen 20 en 64 jaar heeft een betaalde baan. Vooral vrouwen en 55-plussers gaan en blijven langer aan het werk. Om de werkzaamheid verder te verhogen moet de inactieve bevolking ook aan het werk. Het lokale bestuur probeert met specifieke werkgelegenheidsmaatregelen kwetsbare groepen niet alleen aan de slag te krijgen, maar ook begeleiding op maat te bieden.
De diversiteit neemt toe. Een kwart van de bevolking is van andere herkomst, in sommige gemeenten zelfs bijna de helft. Diversiteit is ook niet langer een stedelijk fenomeen, ook landelijke gemeenten krijgen meer en meer inwoners met een migratie-achtergrond, de toename is opvallend bij de groep van 0-24 jaar. Bovendien neemt de diversiteit binnen de diversiteit toe. De laatste decennia komen migranten uit alle delen van de wereld. Dit blijkt uit het aantal verschillende nationaliteiten in onze gemeenten. Steeds meer immigranten zijn passanten. De Vlaamse samenleving blijkt steeds meer een ‘vlottende samenleving’ te worden. De grotere steden fungeren als een toegangspoort. Ook is er tegenwoordig een veel grotere verscheidenheid naar migratiemotief en sociaaleconomische status, gaande van vluchtelingen (al dan niet leidend tot illegaal verblijf) tot hoogopgeleide arbeidsmigranten. Dit alles leidt tot verschillen in juridische status, religie, leeftijd en andere kenmerken die van betekenis zijn voor de maatschappelijke positie van migrantengroepen. Vlaanderen kent een zeer grote achterstelling bij mensen van vreemde herkomst op het vlak van woningkwaliteit, schoolse uitval en deelname aan de arbeidsmarkt. Het plaatst gemeenten voor grote uitdagingen op het gebied van onderwijs, huisvesting, werkgelegenheid en sociale cohesie. Gemeenten spelen een sleutelrol bij het ontvangen, inburgeren en integreren van immigranten en andere nieuw- en oudkomers. Bovendien zijn de lokale besturen de regisseurs van het samenleven en hebben ze een sleutelpositie voor een gelijke kansenbeleid. Aandacht voor diversiteit, antidiscriminatie, toegankelijkheid en de emancipatie van mensen in een achtergestelde positie zorgt mee voor een inclusieve samenleving.
Een grote groep mensen is maar één tegenslag van de armoede verwijderd. Een op tien Vlamingen kan de facturen voor basisbehoeften zoals wonen, energie, gezondheidszorg en onderwijs moeilijk betalen. Bijna één op de tien kinderen in Vlaanderen wordt geboren in een kansarm gezin. Volgens het Federale Planbureau zal na een daling het armoederisico vanaf 2030 weer stijgen, afhankelijk van de leeftijd. Wie tegen betaling werkt, loopt minder kans om arm te worden. De voorbije crisissen maakten duidelijk hoe effectief onze sociale zekerheid is, als buffer tegen armoede.
Het lokale sociale beleid is het meest geschikt om op veranderende behoeften in te springen, zoals de groeiende complexiteit van problemen waarmee mensen te maken hebben. Het aantal leefloners stijgt, en het aantal mensen dat een beroep doet op aanvullende steun, schommelt al jaren tussen de 90.000 en de 100.000. Lokale besturen zoeken actief de kwetsbare mensen in de gemeente op, om hen zo volledig mogelijk te ondersteunen bij hun digitale ongeletterdheid, eenzaamheid en (mentale) gezondheid.
Door zelf het zorgaanbod te regisseren en door zelf zorg aan te bieden komt het lokale bestuur tegemoet aan wat de ouderen maar ook de jonge gezinnen met kinderen nodig hebben. Buurtwerking wordt belangrijker, een jeugdlokaal, museum of bibliotheek kan voor inwoners een plaats zijn waar ze zich welkom voelen zonder er te werken of te consumeren. Dankzij de zorgzame buurten die lokale besturen ontwikkelen, kunnen mensen langer thuis blijven wonen, vereenzamen ze minder en wordt de zorg en dienstverlening toegankelijker. Nu regionale organisaties de dienstverlening centraliseren en digitaliseren, willen mensen op lokaal niveau toegankelijke dienstverlening dichtbij huis. De in 2020 erkende zorgraden hebben succesvol de covid-vaccinatiecentra opgericht, het is een interessant niveau om bovenlokaal te werken aan zorg en welzijn.
Sinds de coronacrisis is er meer aandacht voor fysieke en mentale gezondheid. Acht op de tien Vlamingen is gelukkig, twee op de tien niet, vooral lager opgeleiden. Sociale contacten, gezonde leefomstandigheden, nieuwe ervaringen en het beleven van vrije tijd dragen (preventief) bij aan de (mentale) gezondheid en het geluksgevoel van de inwoners.
Het verenigingsleven verandert. 62 procent van de Vlamingen is lid van een vereniging. Maar leden verbinden zich niet meer levenslang aan een vereniging, ze zetten zich eerder met overtuiging in voor kortere projecten en lossere verbanden, zoals wijkcomités, actiegroepen of doelgroepenverenigingen. 16 procent van de Vlamingen doet regelmatig aan vrijwilligerswerk, de coronacrisis maakte duidelijk hoe onmisbaar dit is voor een warme samenleving.
Onze maatschappij digitaliseert versneld sinds de coronacrisis. De gemeenteraden kwamen digitaal bijeen. De digitale technologie is doorgedrongen tot de gemeentelijke administratie. De analyse van de data vervat in alle digitale toepassingen helpt bij de opmaak van de omgevingsanalyse en bij het formuleren en motiveren van beleidsbeslissingen. Slimme technologieën kunnen voor oplossingen zorgen op vlak van mobiliteit, zorg, klimaat of veiligheid. De digitale dienstverlening wordt gebruiksvriendelijker, met online burgerloketten en mobiele applicaties voor het opvragen van documenten of vergunningen, het melden van klachten, het lenen van e-boeken of het reserveren van een theatervoorstelling. Inwoners kunnen via digitale platformen inspraak hebben in het beleid.
Maar dit alles dwingt ook tot kritisch nadenken, er is een wettelijk en ethisch kader nodig voor de nieuwe toepassingen. Het risico op uitsluiting vergroot voor wie onvoldoende geletterd of digitaal vaardig is. Ondanks het stijgende internetgebruik is bijna de helft van alle Belgen digitaal kwetsbaar. Tijdens de coronacrisis startten veel lokale besturen met initiatieven in de bibliotheek en het dienstencentrum, maar deze projectmiddelen stoppen na 2024.
Cybercriminaliteit en -aanvallen kunnen de dienstverlening verstoren en zorgen voor datalekken en onvoorziene uitgaven om digitale systemen terug op orde te krijgen. Wie goed is voorbereid, kan bij een cyberaanval de schade beperken. Digitalisering is het thema bij uitstek waarvoor lokale besturen de handen in elkaar slaan. Voor een succesvolle digitale transformatie zijn samenwerking en partnerschap tussen lokale besturen en centrale overheden cruciaal.
Onze economie ondergaat aardverschuivingen door de industrialisatie en de almaar groeiende dienstensector. Ook de technologische revoluties zoals het Internet of Things en kunstmatige intelligentie, veranderen de economie en de tewerkstelling.
De consument wil meer dan alleen winkelen; ontspanning en ervaring staan centraal, naast meer lokale betrokkenheid, gekoppeld aan authenticiteit, duurzaamheid en erfgoed. Kernen moeten groener, toegankelijker en leefbaarder worden, zich aanpassen aan e-commerce en evolueren naar duurzame ecosystemen.
Schaarse ruimte stimuleert duurzaam ruimtegebruik en het delen en verweven van werken, wonen en ontspannen. Van dorpskernen tot stedelijke wijken is een kwaliteitssprong nodig want daar, in de publieke ruimte wordt alles verknoopt en komt alles samen: economie, mobiliteit, vrije tijd, landbouw, (betaalbaar) wonen en gezondheid. Maar er moet ook voldoende open ruimte blijven en gecreëerd worden voor groen, natuur, bos en biodiversiteit.
De verstoring van het ecologische evenwicht tussen mens en planeet heeft onvoorspelbare gevolgen. Door de klimaatverandering wordt het weer extreem met hitte, droogte, wateroverlast en effecten van de zeespiegelstijging. Energiemaatregelen (klimaatmitigatie) moeten tegen 2030 de CO2-uitstoot met minstens 55% verminderen en de energievoorziening tegen 2050 klimaatneutraal maken. Tegen 2030 moeten de doelstellingen van het Burgemeestersconvenant en die van het Lokaal Energie en Klimaat Pact (LEKP) worden gerealiseerd. Dit vergt meer inspanningen. Nog 95 procent van de woningen moet 2050-bestendig worden, de helft van de huiseigenaars kan de renovatie tot een A-label niet betalen, een sociaal rechtvaardigheidsmechanisme is nodig. Enerzijds moet energie hernieuwbaar worden en efficiënter gebruikt, anderzijds is een aanpassing nodig om de schokken van de klimaatverandering op te vangen. Daarvoor is de groenblauwe dooradering van dorps- en stadskernen nodig, net zoals het lokaal sluiten van de waterkringlopen. Lokale besturen moeten een voorbeeld zijn en hun eigen patrimonium vergroenen en ontharden én hun fossiele grondstoffengebruik afschaffen.














